Gemeenschappelijke verklaring

Als het vermoeden vaderschap of het vermoeden meemoederschap niet van toepassing is door de uitzonderingen van punt 3, kunnen de echtgenoten in een gemeenschappelijke verklaring kiezen om toch het vermoeden vaderschap of meemoederschap toe te passen.(Artikel 316 bis burgerlijk wetboek)

Dit kan:

  • in de geboorteakte door samen de aangifte te doen. De geboorteakte moet vermelden dat de echtgenoten een gemeenschappelijke aangifte deden.
  • op voorhand voor de ambtenaar van de burgerlijke stand door beide echtgenoten. Dit kan in een akte van de burgerlijke stand.
  • op voorhand in een akte opgemaakt door een notaris of door een ambtenaar van de burgerlijke stand (het hoofd van een Belgische diplomatieke post kan dit opstellen in zijn functie als ambtenaar van de burgerlijke stand) door de in het buitenland verblijvende echtgenoot.

Als deze gemeenschappelijke verklaring niet ten laatste in de geboorteakte wordt opgenomen, kan de echtgenoot of de echtgenote steeds later zijn/haar kind erkennen.