Vermoeden van vaderschap of meemoederschap niet meer van toepassing

Het vermoeden vaderschap of meemoederschap vastgesteld door de algemene regel van artikel 315 of door artikel 325/2 is niet meer van toepassing in onderstaande gevallen.

1. Ingeschreven op verschillende adressen

(Artikel 316 bis, 2° burgerlijk wetboek)

Wanneer het kind geboren is meer dan 300 dagen na de datum waarop de echtgenoten, blijkens het bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of het wachtregister, op verschillende adressen zijn ingeschreven, voor zover ze nadien niet opnieuw zijn ingeschreven op hetzelfde adres.

De ambtenaar van de burgerlijke stand moet bij elke geboorteaangifte stelselmatig nagaan of de echtgenoten op hetzelfde adres zijn ingeschreven. Zijn ze niet op hetzelfde adres ingeschreven, moet hij nagaan of de echtgenoten reeds meer dan 300 dagen op een verschillend adres zijn ingeschreven.

Deze uitzondering moet je zo eng mogelijk toepassen: het geldt enkel als de echtgenoten tijdens hun huwelijk samen ingeschreven stonden en op het moment van geboorte van het kind reeds meer dan 300 dagen niet meer op hetzelfde adres ingeschreven zijn.
Deze uitzondering kan je niet toepassen in volgende gevallen:

Deze controle gebeurt aan de hand van het bevolkings-, vreemdelingen-, of wachtregister.
Het is niet mogelijk dat de ambtenaar van de burgerlijke stand andere bewijsstukken aanvaardt.
Als de echtgenoten effectief reeds meer dan 300 dagen op een verschillend adres zijn ingeschreven moet de ambtenaar van de burgerlijke stand hen inlichten dat ze door een gemeenschappelijke verklaring af te leggen toch het vermoeden vaderschap kunnen toepassen. (zie Gemeenschappelijke verklaring.

Als de echtgenoten sinds minder dan 300 dagen op verschillende adressen ingeschreven zijn kan de ambtenaar van de burgerlijke stand hen wijzen op de mogelijkheden van de andere uitzonderingen (artikel 316 bis, 1° en 3°).

Tijdsbalk:
large_316b2.png

2. Procedure echtscheiding

Het vermoeden vaderschap is niet van toepassing indien het kind geboren wordt meer dan 300 dagen na een van volgende feiten: (Artikel 316 bis, 1° burgerlijk wetboek)

  • de familierechtbank de overeenkomst tussen de partijen heeft bekrachtigd in verband met de aan de echtgenoten gegeven machtiging om een afzonderlijke verblijfplaats te betrekken overeenkomstig artikel 1256, van het Gerechtelijk Wetboek. (= bekrachtigde overeenkomst tussen de echtgenoten in de scheidingsprocedure om reeds afzonderlijk te verblijven)
  • een beschikking genomen krachtens artikel 1280 van het Gerechtelijk Wetboek die de echtgenoten machtigt om een afzonderlijke verblijfplaats te betrekken (dringende maatregelen in het kader van een echtscheiding)
  • na neerlegging van het verzoekschrift bedoeld in artikel 1288bis van hetzelfde Wetboek (=verzoekschrift echtscheiding onderlinge toestemming)

Deze mogelijkheid om het vermoeden vaderschap of meemoederschap niet toe te passen kan onmogelijk door de ambtenaar van de burgerlijke stand gecontroleerd worden. Het is aan de ouder(s) die de geboorteaangifte doet om deze bewijsstukken voor te leggen (vonnis, verzoekschrift, …).

Tijdsbalk:
large_316b1.png

3. Machtiging afzonderlijke verblijfplaats

De familierechtbank kan ‘indien een der echtgenoten grovelijk zijn plicht verzuimt’ dringende maatregelen treffen. Waaronder machtigen om afzonderlijke verblijfplaatsen te betrekken. In tegenstelling tot het vorige punt hoeft dit niet in het kader van een echtscheiding te zijn.
Deze machtiging moet meer dan 300 dagen voor de geboorte van het kind gegeven zijn en mag nog geen 180 dagen verstreken zijn of de echtgenoten feitelijk herenigd zijn. (Artikel 316 bis, 3° burgerlijk wetboek)

Deze mogelijkheid om het vermoeden vaderschap of meemoederschap niet toe te passen kan onmogelijk door de ambtenaar van de burgerlijke stand gecontroleerd worden. Het is aan de ouder(s) die de geboorteaangifte doet om deze bewijsstukken voor te leggen (vonnis, verzoekschrift, …).

Tijdsbalk:
large_316b3.png