Het tijdstip van verwekking

De algemene regel in ons burgerlijk wetboek zegt: “Het kind wordt, behoudens tegenbewijs, vermoed te zijn verwekt in het tijdvak van de 300e tot en met de 180e dag voor de geboortedag …” Deze termijnen van 180 dagen en 300 dagen kom je tegen in de bepaling van het vermoeden vaderschap en meemoederschap.

Ook de rechter gebruikt de ene of de andere termijn afhankelijk van welk tijdstip van verwekking het gunstigst is voor het kind.(Artikel 326 burgerlijk wetboek)

Het schema geeft visueel deze termijnen weer:

large_tijdstip.png