afstamming

Voorwaarden erkenning - 
wie moet toestemmen?

Toestemming

De wet spreekt steeds over ‘vooraf toestemmen’.
De toestemming van kind, reeds bekende ouder of wettelijk vertegenwoordiger kunnen gegeven worden:

  • voor de erkenning in een authentieke akte. Dit kan een notariële akte zijn of een akte van de burgerlijke stand. De toestemming kan in een buitenlandse authentieke akte gegeven worden.
  • tijdens de opmaak van de erkenningsakte. De persoon die moet toestemmen is aanwezig en tekent de erkenningsakte samen met de erkenner en de ambtenaar van de burgerlijke stand.

Er zijn drie mogelijke situaties, waarin telkens een andere persoon moet toestemmen:

large_voorwaarden_erkenning.png

1. Meerderjarig of ontvoogd kind

Een meerderjarig of ontvoogd kind kan alleen erkend worden indien het kind daarin vooraf toestemt. (Artikel 329bis §1 burgerlijk wetboek)
De toestemming is niet vereist indien:

  • Een proces verbaal van de rechtbank wordt voorgelegd waarin geoordeeld wordt dat het kind niet wilsbekwaam is.
  • Het kind onbekwaam werd verklaard om met zijn erkenning in te stemmen en een zelfde proces-verbaal van de rechtbank wordt voorgelegd. 


Opmerking 1: zonder proces-verbaal is de erkenning niet mogelijk!

Opmerking 2: de onbekwaamverklaring betreffende personen staat genoteerd in IT111 in het rijksregister, zo heb je hier een spoor van.

Er zijn geen andere uitzonderingen. Met andere woorden een meerderjarig of ontvoogd kind dat wilsbekwaam is heeft steeds het laatste woord of het erkend kan worden door moeder, vader of meemoeder.

2. Minderjarig en niet ontvoogd kind

De reeds bekende ouder (of de moeder bij een erkenning op voorhand) en het kind ouder dan 12 jaar moeten vooraf toestemmen.(Artikel 329bis §2 burgerlijk wetboek)
De toestemming van het kind ouder dan 12 jaar is niet vereist indien:

  • Een proces verbaal van de rechtbank wordt voorgelegd waarin geoordeeld wordt dat het kind geen onderscheidingsvermogen heeft.

Geen toestemming van de reeds bekende ouder of kind?

Als de reeds bekende ouder of het kind of de moeder bij een erkenning op voorhand niet willen toestemmen, kan de erkenner hen dagvaarden.
De rechtbank probeert te verzoenen en ontvangt de nodige toestemmingen.
Als de verzoening mislukt beslist de rechtbank de erkenning toe te staan of niet. (Artikel 329bis §2 burgerlijk wetboek)

De erkenning kan dan gebeuren met een uitgifte van het vonnis van de rechtbank waarin het verzoek wordt toegestaan. De reeds bekende ouder en het kind ouder dan 12 jaar hoeven niet aanwezig te zijn om de erkenning op te maken.

3. Geen bekende ouder?

Als er geen bekende ouder is of de reeds bekende ouder is overleden, is vermoedelijk afwezig, kan onmogelijk zijn wil te kennen te geven of is wilsonbekwaam dan kan de erkenning opgesteld worden.(Artikel 329bis §3 burgerlijk wetboek)

Volgende twee mogelijkheden:

  • de wettelijk vertegenwoordiger van het kind en het kind ouder dan 12 jaar stemmen vooraf toe in deze erkenning. De erkenning wordt opgemaakt en heeft onmiddellijk gevolgen.
  • de ambtenaar van de burgerlijke stand brengt een afschrift van de erkenningsakte ter kennis aan de wettelijk vertegenwoordig en het kind ouder dan 12 jaar.
 De wettelijk vertegenwoordiger of het kind kunnen binnen zes maanden na de kennisgeving de vernietiging instellen. De griffie brengt de ambtenaar van de burgerlijke stand op de hoogte als de vernietiging wordt ingezet. Totdat de termijn van zes maanden verstreken is of totdat de de vernietiging wordt afgewezen, kan de erkenning niet worden tegengeworpen aan het kind en aan zijn wettelijke vertegenwoordiger die er zich niettemin op kunnen beroepen.

Met bericht van de griffie dat een vernietiging werd ingezet, wacht de ambtenaar van de burgerlijke stand tot dat de rechter een uitspraak doet over de vernietiging van de erkenning.

Erkenning

Het volgende schema toont met welke zaken je rekening moet houden om een erkenning op te stellen.
Erkenning

Wanneer kan een erkenning moederschap?

Een moeder kan haar kind erkennen als er geen moeder vermeld is in de geboorte of als de geboorteakte niet bestaat. (Artikel 313§1 burgerlijk wetboek)

Wanneer kan een erkenning vaderschap?

Een vader kan zijn kind erkennen als er geen vermoeden van vaderschap vaststaat en er geen meemoederschap vaststaat. (Artikel 319 burgerlijk wetboek)

Wanneer kan een erkenning meemoederschap?

Een meemoeder kan haar kind erkennen als er geen vermoeden van meemoederschap vaststaat er er geen vaderschap vaststaat.(Artikel 325/1 burgerlijk wetboek en Artikel 325/4 burgerlijk wetboek)

Meerdere erkenningen?

Als meerdere vaders hetzelfde kind erkend hebben, heeft alleen de eerste erkenning gevolgen. Als deze erkenning vernietigd wordt heeft de volgende erkenning gevolgen. Idem voor erkenning door verschillende meemoeders.
Het is niet mogelijk een vaderschap vast te stellen door erkenning als er reeds een meemoeder vaststaat. Het is evenmin mogelijk om een meemoederschap vast te stellen door erkenning als er reeds vader vaststaat.
Toch voorziet de wet dat als een kind erkend wordt door een vader en een meemoeder dat alleen de eerste erkenning gevolgen heeft. (Artikel 329 burgerlijk wetboek)

Huwelijksbeletsel

De erkenning is niet mogelijk indien er een huwelijksbeletsel bestaat tussen de erkenner en de bestaande ouder waarvoor de Koning geen ontheffing kan verlenen. Tenzij het huwelijk waardoor dat beletsel is ontstaan, nietig werd verklaard of werd ontbonden door overlijden of door echtscheiding. (Artikel 313§2 burgerlijk wetboek, Artikel 321 burgerlijk wetboek en Artikel 325/5 burgerlijk wetboek)

Dit betekent dat een erkenning niet mogelijk is door:

  • een bloedverwant in rechte opgaande en neerdalende lijn van de reeds bekende ouder
  • een zus of broer van de reeds bekende ouder.

Erkenning meedelen aan de echtgenoot van de erkenner

Als de erkenner gehuwd is (met een andere persoon dan de reeds bekende ouder) moet de erkenning betekend worden aan de echtgenote/echtgenoot door een afschrift van de erkenningsakte aangetekend op te sturen. Dit kan een afschrift van de geboorteakte zijn indien de erkenning in de geboorteakte plaatsvond.

De omzendbrief van 7 mei 2007 raadt aan om de datum van deze betekening in het zwart in de rand van de akte te noteren.

Tenzij de procureur des Konings van je arrondissement dat vraagt, heeft het geen zin om aan de procureur te betekenen als je geen adres kent van de echtgenoot van de erkenner. Noteer de datum van het feit dat je de niet kon betekenen in het zwart in de rand van de akte.

Als de erkenning betekend moet worden telt de datum van betekening als startdatum voor de termijn van een jaar die de ouders hebben om na de erkenning een verklaring naamsverandering op te stellen.

Voorwaarden

De voorwaarden voor de erkenning zijn voor moeder, vader en meemoeder identiek. De voorwaarden bepalen wie er moet toestemmen in de erkenning.
(Artikel 329 bis burgerlijk wetboek)
Zie Voorwaarden

Authentieke akte

Een erkenning kan gebeuren in de akte van geboorte of in een authentieke akte, maar niet in een testament. (Artikel 327 burgerlijk wetboek)
Een authentieke akte kan zowel een akte van de burgerlijke stand zijn als een akte opgesteld door een notaris.

Erkenning op voorhand

De erkenning kan gebeuren te gunste van een verwekt kind. De termijn van minstens 6 maanden zwangerschap die vaak nog toepast wordt is gebaseerd op een zeer oude omzendbrief die niet meer strookt met de huidige invulling van het burgerlijk wetboek.
In de praktijk maakt de ambtenaar van de burgerlijke stand een erkenningsakte op met een attest van de dokter of gynaecoloog waarin staat dat de moeder zwanger is. (Artikel 328§3 burgerlijk wetboek)

Overleden kind

Een overleden kind kan erkend worden indien:

  • het kind zelf reeds afstammelingen heeft nagelaten
  • binnen het jaar na zijn geboorte (Artikel 328§3 burgerlijk wetboek)

Minderjarige erkenner

De erkenning kan gebeuren door een ontvoogde minderjarige en door een niet-ontvoogde minderjarige met onderscheidingsvermogen.(Artikel 328§1 burgerlijk wetboek)

Onbekwaam

Een persoon die onbekwaam verklaard werd om een kind te erkennen kan alsnog erkennen met machtiging van de vrederechter. (Artikel 328§2 burgerlijk wetboek)
De onbekwaamverklaring betreffende personen staat genoteerd in IT111 in het rijksregister, zo heb je hier een spoor van.

Gemeenschappelijke verklaring

Als het vermoeden vaderschap of het vermoeden meemoederschap niet van toepassing is door de uitzonderingen van punt 3, kunnen de echtgenoten in een gemeenschappelijke verklaring kiezen om toch het vermoeden vaderschap of meemoederschap toe te passen.(Artikel 316 bis burgerlijk wetboek)

Dit kan:

  • in de geboorteakte door samen de aangifte te doen. De geboorteakte moet vermelden dat de echtgenoten een gemeenschappelijke aangifte deden.
  • op voorhand voor de ambtenaar van de burgerlijke stand door beide echtgenoten. Dit kan in een akte van de burgerlijke stand.
  • op voorhand in een akte opgemaakt door een notaris of door een ambtenaar van de burgerlijke stand (het hoofd van een Belgische diplomatieke post kan dit opstellen in zijn functie als ambtenaar van de burgerlijke stand) door de in het buitenland verblijvende echtgenoot.

Als deze gemeenschappelijke verklaring niet ten laatste in de geboorteakte wordt opgenomen, kan de echtgenoot of de echtgenote steeds later zijn/haar kind erkennen.

Vermoeden van vaderschap of meemoederschap niet meer van toepassing

Het vermoeden vaderschap of meemoederschap vastgesteld door de algemene regel van artikel 315 of door artikel 325/2 is niet meer van toepassing in onderstaande gevallen.

1. Ingeschreven op verschillende adressen

(Artikel 316 bis, 2° burgerlijk wetboek)

Wanneer het kind geboren is meer dan 300 dagen na de datum waarop de echtgenoten, blijkens het bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of het wachtregister, op verschillende adressen zijn ingeschreven, voor zover ze nadien niet opnieuw zijn ingeschreven op hetzelfde adres.

De ambtenaar van de burgerlijke stand moet bij elke geboorteaangifte stelselmatig nagaan of de echtgenoten op hetzelfde adres zijn ingeschreven. Zijn ze niet op hetzelfde adres ingeschreven, moet hij nagaan of de echtgenoten reeds meer dan 300 dagen op een verschillend adres zijn ingeschreven.

Deze uitzondering moet je zo eng mogelijk toepassen: het geldt enkel als de echtgenoten tijdens hun huwelijk samen ingeschreven stonden en op het moment van geboorte van het kind reeds meer dan 300 dagen niet meer op hetzelfde adres ingeschreven zijn.
Deze uitzondering kan je niet toepassen in volgende gevallen:

Deze controle gebeurt aan de hand van het bevolkings-, vreemdelingen-, of wachtregister.
Het is niet mogelijk dat de ambtenaar van de burgerlijke stand andere bewijsstukken aanvaardt.
Als de echtgenoten effectief reeds meer dan 300 dagen op een verschillend adres zijn ingeschreven moet de ambtenaar van de burgerlijke stand hen inlichten dat ze door een gemeenschappelijke verklaring af te leggen toch het vermoeden vaderschap kunnen toepassen. (zie Gemeenschappelijke verklaring.

Als de echtgenoten sinds minder dan 300 dagen op verschillende adressen ingeschreven zijn kan de ambtenaar van de burgerlijke stand hen wijzen op de mogelijkheden van de andere uitzonderingen (artikel 316 bis, 1° en 3°).

Tijdsbalk:
large_316b2.png

2. Procedure echtscheiding

Het vermoeden vaderschap is niet van toepassing indien het kind geboren wordt meer dan 300 dagen na een van volgende feiten: (Artikel 316 bis, 1° burgerlijk wetboek)

  • de familierechtbank de overeenkomst tussen de partijen heeft bekrachtigd in verband met de aan de echtgenoten gegeven machtiging om een afzonderlijke verblijfplaats te betrekken overeenkomstig artikel 1256, van het Gerechtelijk Wetboek. (= bekrachtigde overeenkomst tussen de echtgenoten in de scheidingsprocedure om reeds afzonderlijk te verblijven)
  • een beschikking genomen krachtens artikel 1280 van het Gerechtelijk Wetboek die de echtgenoten machtigt om een afzonderlijke verblijfplaats te betrekken (dringende maatregelen in het kader van een echtscheiding)
  • na neerlegging van het verzoekschrift bedoeld in artikel 1288bis van hetzelfde Wetboek (=verzoekschrift echtscheiding onderlinge toestemming)

Deze mogelijkheid om het vermoeden vaderschap of meemoederschap niet toe te passen kan onmogelijk door de ambtenaar van de burgerlijke stand gecontroleerd worden. Het is aan de ouder(s) die de geboorteaangifte doet om deze bewijsstukken voor te leggen (vonnis, verzoekschrift, …).

Tijdsbalk:
large_316b1.png

3. Machtiging afzonderlijke verblijfplaats

De familierechtbank kan ‘indien een der echtgenoten grovelijk zijn plicht verzuimt’ dringende maatregelen treffen. Waaronder machtigen om afzonderlijke verblijfplaatsen te betrekken. In tegenstelling tot het vorige punt hoeft dit niet in het kader van een echtscheiding te zijn.
Deze machtiging moet meer dan 300 dagen voor de geboorte van het kind gegeven zijn en mag nog geen 180 dagen verstreken zijn of de echtgenoten feitelijk herenigd zijn. (Artikel 316 bis, 3° burgerlijk wetboek)

Deze mogelijkheid om het vermoeden vaderschap of meemoederschap niet toe te passen kan onmogelijk door de ambtenaar van de burgerlijke stand gecontroleerd worden. Het is aan de ouder(s) die de geboorteaangifte doet om deze bewijsstukken voor te leggen (vonnis, verzoekschrift, …).

Tijdsbalk:
large_316b3.png

Het tijdstip van verwekking

De algemene regel in ons burgerlijk wetboek zegt: “Het kind wordt, behoudens tegenbewijs, vermoed te zijn verwekt in het tijdvak van de 300e tot en met de 180e dag voor de geboortedag …” Deze termijnen van 180 dagen en 300 dagen kom je tegen in de bepaling van het vermoeden vaderschap en meemoederschap.

Ook de rechter gebruikt de ene of de andere termijn afhankelijk van welk tijdstip van verwekking het gunstigst is voor het kind.(Artikel 326 burgerlijk wetboek)

Het schema geeft visueel deze termijnen weer:

large_tijdstip.png

Vermoeden van vaderschap en vermoeden van meemoederschap – Algemene regel

Algemene regel

  • Het kind dat geboren is tijdens het huwelijk of binnen 300 dagen na de ontbinding of de nietigverklaring van het huwelijk, heeft de echtgenoot tot vader.
  • Het kind dat geboren is tijdens het huwelijk of binnen driehonderd dagen na ontbinding of nietigverklaring van het huwelijk, heeft de echtgenote tot meemoeder. (Artikel 315 burgerlijk wetboek en artikel 325/2 burgerlijk wetboek)

Tijdsbalk:
large_315.png

Vermoeden van afwezigheid

De algemene regel telt niet als de echtgenoot/echtgenote van de moeder reeds meer dan 300 dagen voor de geboorte verdwenen is. Deze verdwijnen moet blijken uit een beslissing van de vrederechter waarin het vermoeden van afwezigheid wordt vastgesteld. (Artikel 316 burgerlijk wetboek)

Tijdsbalk:
large_316.png

Nieuw huwelijk van de moeder

Als de moeder hertrouwt, is haar nieuwe echtgenoot de vader of is haar nieuwe echtgenote de meemoeder, zelfs als je uit de vorige regels moet afleiden dat de vorige echtgenoot de vader of de meemoeder is.(Artikel 317 burgerlijk wetboek)

Tijdsbalk:
large_317.png

Vermoeden van vaderschap en vermoeden van meemoederschap

Het vermoeden van vaderschap of het vermoeden van meemoederschap bepaalt of de echtgenoot / echtgenote van de moeder de vader of meemoeder van het kind is.

Deze afweging maak je in drie stappen:

  1. Algemene regel: is het kind geboren binnen het huwelijk of binnen de 300 dagen na ontbinding?
  2. UitzonderingenVermoeden niet van toepassing: zijn er feiten waardoor we kunnen afstappen van het vermoeden vaderschap?
  3. Gemeenschappelijke verklaring: als het vermoeden van vaderschap of moederschap niet van toepassing is, kunnen de echtgenoten een gemeenschappelijke verklaring afleggen om het toch toe te passen.

Berekening van de termijn van 300 of 180 dagen

Het volgende excel-bestand helpt je om correct het aantal dagen te berekenen wanneer een kind geboren is na een echtscheiding, inschrijving van de echtgenoten op een verschillend adres of ander feit.

Wie is de moeder van een kind?

De moeder is de persoon die als moeder in de akte van geboorte is vermeld.(Artikel 312§1 burgerlijk wetboek)

Als een kind in België wordt geboren betekent dit dat er steeds een moeder is: de vrouw die van het kind bevallen is. Enkel in uitzonderlijke gevallen waar er geen geboorteakte wordt opgesteld kan een kind in België geboren zijn en geen wettelijke moeder hebben.

In sommige landen is het mogelijk een geboorteakte op te stellen zonder vermelding van de moeder.

In die gevallen kan de moeder haar kind erkennen of kan het moederschap gerechtelijk vastgesteld worden.

Wat is er nieuw?

Nieuw

De wetgever heeft de vaststelling van het meemoederschap op gelijke wijze geregeld als de vaststelling van het vaderschap:

  • Door een vermoeden meemoederschap in te voeren zoals een vermoeden vaderschap voor kinderen geboren binnen het huwelijk van moeder en meemoeder. Dezelfde uitzonderingen om het vermoeden meemoederschap niet toe te passen bestaan als bij het vermoeden vaderschap
  • Door de erkenning door de meemoeder in te voeren, onder gelijke voorwaarden als de erkenning door de vader of de moeder.

Daarnaast de betwisting van het vermoeden meemoederschap, de betwisting van de erkenning meemoederschap en de gerechtelijke vaststelling van het meemoederschap.

Het meemoederschap kan enkel vastgesteld worden als er geen vaderschap is vastgesteld en omgekeerd. Een kind heeft dus:

  • ofwel alleen een moeder (of alleen een vader of alleen een meemoeder)
  • ofwel een moeder en een vader
  • ofwel een moeder en een meemoeder

Een kind kan dus nooit een moeder, een vader en een meemoeder tegelijk hebben.

large_Watisernieuw.png

Inwerkingtreding

De wet van 5 mei 2014 treedt in werking op 1 januari 2015

  • Het vermoeden meemoederschap is van toepassing op kinderen geboren vanaf 1 januari 2015
  • De erkenning door de meemoeder kan vanaf 1 januari 2015 en is ook van toepassing op kinderen geboren voor 1 januari 2015 zolang er tussen meemoeder en kind nog geen afstammingsband door adoptie bestaat.

large_Inwerking.png

Andere wijzigingen

Naast de aanpassing aan titel VII van het burgerlijk wetboek over de afstamming, werden volgende zaken aangepast in het burgerlijk wetboek:

  • de aangifte van een geboorte gebeurt door de vader, de moeder of de meemoeder
  • de meemoeder is een verplichte vermelding van de geboorteakte als de afstamming langs meemoederszijde vaststaat.
  • idem voor de akte houdende de vermelding van het nieuwe geslacht
  • de akte van een levenloos kind vermeldt de meemoeder indien ze gehuwd is met de moeder of het kind op voorhand erkend heeft.
  • op vraag van de meemoeder en met toestemming van de moeder kan de meemoeder die niet gehuwd is of het kind niet erkend heeft opgenomen worden in de akte van het levenloos kind

De Wet houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht werd aangepast om de artikels die verwijzen naar het recht van de moeder of de vader geslachtsneutraal te maken. Vanaf 1 januari verwijst artikel 62 naar 'de afstammingsband van een persoon' in plaats van naar 'het vaderschap of moederschap'.

Dit betekent:

  • de vaststelling van een afstammingsband ten opzichte van een niet-Belgische meemoeder kan alleen als het recht van het land waarvan de meemoeder de nationaliteit bezit ook het begrip meemoederschap kent en de meemoeder aan de voorwaarden van haar recht voldoet om haar afstammingsband te doen vaststellen door vermoeden of erkenning.

Afstamming en meemoeder

De Wet houdende de vaststelling van de afstamming van de meemoeder van 5 mei 2014 treedt in werking vanaf 1 januari 2015.

Daarnaast werd met de Wet tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van internationaal privaatrecht, het Consulair Wetboek, de wet van 5 mei 2014 houdende de vaststelling van de afstamming van de meemoeder en de wet van 8 mei 2014 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek met het oog op de invoering van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen bij de wijze van naamsoverdracht aan het kind en aan de geadopteerde van 18 december 2014 het burgerlijk wetboek aangepast rond de naam van een kind van moeder en meemoeder en enkele details verbeterd in de wet van 5 mei 2014.

De Omzendbrief inzake de wet van 5 mei 2014 houdende de vaststelling van de afstamming van de meemoeder en de wet van 18 december 2014 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van internationaal privaatrecht, het Consulair Wetboek, de wet van 5 mei 2014 houdende de vaststelling van de afstamming van de meemoeder en de wet van 8 mei 2014 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek met het oog op de invoering van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen bij de wijze van naamsoverdracht aan het kind en aan de geadopteerde van 22 december 2014 verduidelijkt de wet en de aanpassingen.

Het dossier rond de naam bevat alle informatie rond de naam van een kind met een moeder en meemoeder.

Dit dossier overloopt heel het Belgische afstammingsrecht zoals het betrekking heeft op het werk van de ambtenaar van de burgerlijke stand: vaststelling moeder, vermoeden vaderschap en meemoederschap en erkenning door de moeder, de vader of de meemoeder.

Zoals je op de volgende pagina's zal zien, de wetgever heeft de afstamming ten opzichte van de meemoeder op gelijke wijze geregeld met de afstamming van de vader.

In onderstaand schema vind je een overzicht van alle mogelijkheden om een moeder, vader of meemoeder vast te stellen of te betwisten. Zoals je kan zien is voor elke ouder dezelfde mogelijkheden voorzien.

large_overzicht.png

Abonneren op RSS - afstamming