vermoeden meemoederschap

Gemeenschappelijke verklaring

Als het vermoeden vaderschap of het vermoeden meemoederschap niet van toepassing is door de uitzonderingen van punt 3, kunnen de echtgenoten in een gemeenschappelijke verklaring kiezen om toch het vermoeden vaderschap of meemoederschap toe te passen.(Artikel 316 bis burgerlijk wetboek)

Dit kan:

  • in de geboorteakte door samen de aangifte te doen. De geboorteakte moet vermelden dat de echtgenoten een gemeenschappelijke aangifte deden.
  • op voorhand voor de ambtenaar van de burgerlijke stand door beide echtgenoten. Dit kan in een akte van de burgerlijke stand.
  • op voorhand in een akte opgemaakt door een notaris of door een ambtenaar van de burgerlijke stand (het hoofd van een Belgische diplomatieke post kan dit opstellen in zijn functie als ambtenaar van de burgerlijke stand) door de in het buitenland verblijvende echtgenoot.

Als deze gemeenschappelijke verklaring niet ten laatste in de geboorteakte wordt opgenomen, kan de echtgenoot of de echtgenote steeds later zijn/haar kind erkennen.

Vermoeden van vaderschap of meemoederschap niet meer van toepassing

Het vermoeden vaderschap of meemoederschap vastgesteld door de algemene regel van artikel 315 of door artikel 325/2 is niet meer van toepassing in onderstaande gevallen.

1. Ingeschreven op verschillende adressen

(Artikel 316 bis, 2° burgerlijk wetboek)

Wanneer het kind geboren is meer dan 300 dagen na de datum waarop de echtgenoten, blijkens het bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of het wachtregister, op verschillende adressen zijn ingeschreven, voor zover ze nadien niet opnieuw zijn ingeschreven op hetzelfde adres.

De ambtenaar van de burgerlijke stand moet bij elke geboorteaangifte stelselmatig nagaan of de echtgenoten op hetzelfde adres zijn ingeschreven. Zijn ze niet op hetzelfde adres ingeschreven, moet hij nagaan of de echtgenoten reeds meer dan 300 dagen op een verschillend adres zijn ingeschreven.

Deze uitzondering moet je zo eng mogelijk toepassen: het geldt enkel als de echtgenoten tijdens hun huwelijk samen ingeschreven stonden en op het moment van geboorte van het kind reeds meer dan 300 dagen niet meer op hetzelfde adres ingeschreven zijn.
Deze uitzondering kan je niet toepassen in volgende gevallen:

Deze controle gebeurt aan de hand van het bevolkings-, vreemdelingen-, of wachtregister.
Het is niet mogelijk dat de ambtenaar van de burgerlijke stand andere bewijsstukken aanvaardt.
Als de echtgenoten effectief reeds meer dan 300 dagen op een verschillend adres zijn ingeschreven moet de ambtenaar van de burgerlijke stand hen inlichten dat ze door een gemeenschappelijke verklaring af te leggen toch het vermoeden vaderschap kunnen toepassen. (zie Gemeenschappelijke verklaring.

Als de echtgenoten sinds minder dan 300 dagen op verschillende adressen ingeschreven zijn kan de ambtenaar van de burgerlijke stand hen wijzen op de mogelijkheden van de andere uitzonderingen (artikel 316 bis, 1° en 3°).

Tijdsbalk:
large_316b2.png

2. Procedure echtscheiding

Het vermoeden vaderschap is niet van toepassing indien het kind geboren wordt meer dan 300 dagen na een van volgende feiten: (Artikel 316 bis, 1° burgerlijk wetboek)

  • de familierechtbank de overeenkomst tussen de partijen heeft bekrachtigd in verband met de aan de echtgenoten gegeven machtiging om een afzonderlijke verblijfplaats te betrekken overeenkomstig artikel 1256, van het Gerechtelijk Wetboek. (= bekrachtigde overeenkomst tussen de echtgenoten in de scheidingsprocedure om reeds afzonderlijk te verblijven)
  • een beschikking genomen krachtens artikel 1280 van het Gerechtelijk Wetboek die de echtgenoten machtigt om een afzonderlijke verblijfplaats te betrekken (dringende maatregelen in het kader van een echtscheiding)
  • na neerlegging van het verzoekschrift bedoeld in artikel 1288bis van hetzelfde Wetboek (=verzoekschrift echtscheiding onderlinge toestemming)

Deze mogelijkheid om het vermoeden vaderschap of meemoederschap niet toe te passen kan onmogelijk door de ambtenaar van de burgerlijke stand gecontroleerd worden. Het is aan de ouder(s) die de geboorteaangifte doet om deze bewijsstukken voor te leggen (vonnis, verzoekschrift, …).

Tijdsbalk:
large_316b1.png

3. Machtiging afzonderlijke verblijfplaats

De familierechtbank kan ‘indien een der echtgenoten grovelijk zijn plicht verzuimt’ dringende maatregelen treffen. Waaronder machtigen om afzonderlijke verblijfplaatsen te betrekken. In tegenstelling tot het vorige punt hoeft dit niet in het kader van een echtscheiding te zijn.
Deze machtiging moet meer dan 300 dagen voor de geboorte van het kind gegeven zijn en mag nog geen 180 dagen verstreken zijn of de echtgenoten feitelijk herenigd zijn. (Artikel 316 bis, 3° burgerlijk wetboek)

Deze mogelijkheid om het vermoeden vaderschap of meemoederschap niet toe te passen kan onmogelijk door de ambtenaar van de burgerlijke stand gecontroleerd worden. Het is aan de ouder(s) die de geboorteaangifte doet om deze bewijsstukken voor te leggen (vonnis, verzoekschrift, …).

Tijdsbalk:
large_316b3.png

Vermoeden van vaderschap en vermoeden van meemoederschap – Algemene regel

Algemene regel

  • Het kind dat geboren is tijdens het huwelijk of binnen 300 dagen na de ontbinding of de nietigverklaring van het huwelijk, heeft de echtgenoot tot vader.
  • Het kind dat geboren is tijdens het huwelijk of binnen driehonderd dagen na ontbinding of nietigverklaring van het huwelijk, heeft de echtgenote tot meemoeder. (Artikel 315 burgerlijk wetboek en artikel 325/2 burgerlijk wetboek)

Tijdsbalk:
large_315.png

Vermoeden van afwezigheid

De algemene regel telt niet als de echtgenoot/echtgenote van de moeder reeds meer dan 300 dagen voor de geboorte verdwenen is. Deze verdwijnen moet blijken uit een beslissing van de vrederechter waarin het vermoeden van afwezigheid wordt vastgesteld. (Artikel 316 burgerlijk wetboek)

Tijdsbalk:
large_316.png

Nieuw huwelijk van de moeder

Als de moeder hertrouwt, is haar nieuwe echtgenoot de vader of is haar nieuwe echtgenote de meemoeder, zelfs als je uit de vorige regels moet afleiden dat de vorige echtgenoot de vader of de meemoeder is.(Artikel 317 burgerlijk wetboek)

Tijdsbalk:
large_317.png

Vermoeden van vaderschap en vermoeden van meemoederschap

Het vermoeden van vaderschap of het vermoeden van meemoederschap bepaalt of de echtgenoot / echtgenote van de moeder de vader of meemoeder van het kind is.

Deze afweging maak je in drie stappen:

  1. Algemene regel: is het kind geboren binnen het huwelijk of binnen de 300 dagen na ontbinding?
  2. UitzonderingenVermoeden niet van toepassing: zijn er feiten waardoor we kunnen afstappen van het vermoeden vaderschap?
  3. Gemeenschappelijke verklaring: als het vermoeden van vaderschap of moederschap niet van toepassing is, kunnen de echtgenoten een gemeenschappelijke verklaring afleggen om het toch toe te passen.

Berekening van de termijn van 300 of 180 dagen

Het volgende excel-bestand helpt je om correct het aantal dagen te berekenen wanneer een kind geboren is na een echtscheiding, inschrijving van de echtgenoten op een verschillend adres of ander feit.

Abonneren op RSS - vermoeden meemoederschap