Publicatie wet diverse bepalingen Rijksregister en bevolkingsregisters

Op 13 december 2018 publiceerde het Staatsblad de wet van 25 november 2018 houdende diverse bepalingen met betrekking tot het Rijksregister en de bevolkingsregisters. De bepalingen van deze wet worden in de komende maanden verder uitgewerkt in onderrichtingen. Deze wet bevat heel wat belangrijke nieuwigheden.

Vermelding in het Rijksregister
Een nieuw begrip wordt gedefinieerd, namelijk het feit het voorwerp te kunnen uitmaken van een vermelding in het Rijksregister. Personen die niet voldoen aan de voorwaarden om ingeschreven te worden in het Rijksregister (bevolkingsregisters, vreemdelingenregisters, consulaire registers of het Wachtregister) krijgen een vermelding in het Rijksregister. Ze kunnen op basis van de vermelding geen enkel socio-economisch recht opeisen, maar krijgen wel een Rijksregisternummer toegekend.

Bevoorrechte vreemdelingen (ingeschreven in het Protocolregister), personen die de intentie hebben te huwen of wettelijk samen te wonen met een persoon die ingeschreven is in het Rijksregister (het bijzonder Wachtregister voor schijnhuwelijken en schijn-wettelijke samenwoningen) en alle personen die vermeld worden in een akte van de burgerlijke stand zullen een dergelijke vermelding in het Rijksregister krijgen.

Het register van de personen die vermeld worden in een akte van de burgerlijke stand, vormt een nieuw onderdeel van het Rijksregister. Het gaat om de personen vermeld in een akte van de burgerlijke stand in de DABS maar die niet het voorwerp (kunnen) uitmaken van een inschrijving of vermelding in het Rijksregister in een andere hoedanigheid. Op deze manier kan iedereen die vernoemd wordt in een akte van de burgerlijke stand – dit geldt ook voor de getuigen – een Rijksregisternummer krijgen. Het zal dus niet nodig zijn om voor deze personen een bis-nummer aan te maken, zoals eerst de bedoeling was.

Bewaring Rijksregistergegevens
De gegevens opgeslagen in het Rijksregister worden bewaard gedurende 30 jaar vanaf de datum van het overlijden van de persoon in kwestie, dit wil zeggen dat gedurende die periode de gegevens ook nog geraadpleegd en verbeterd kunnen worden. Na de termijn van 30 jaar blijven de gegevens bewaard maar enkel voor archiveringsdoeleinden van algemeen belang, voor wetenschappelijk of historisch onderzoek en statistische doeleinden.

Toegang tot het Rijksregister
Vermits door de inwerkingtreding van de GDPR de Privacycommissie werd vervangen door de nieuwe Gegevensbeschermingsautoriteit, kwam er ook een einde aan het Sectoraal Comité van het Rijksregister in de schoot van de Privacycommissie. Voortaan zal de minister van Binnenlandse Zaken de machtigingen voor de toegang tot de gegevens van het Rijksregister, de mededeling ervan en het gebruik van het Rijksregisternummer toekennen, alsook voor de toegang tot de gegevens van de centrale bestanden van de identiteitskaarten en de vreemdelingenkaarten. De minister kent ook de machtigingen toe voor de niet-Rijksregistergegevens, dus de door de gemeenten in de bevolkingsregisters verzamelde en bewaarde gegevens.

Daarnaast kunnen voortaan feitelijke verenigingen en natuurlijke personen voor de uitvoering van opdrachten van algemeen belang én indien wettelijk voorzien toegang krijgen tot de gegevens van het Rijksregister. De politiediensten krijgen een ruime toegang die wettelijk verankerd wordt zodat er geen specifieke voorafgaande machtigingen meer noodzakelijk zijn.

Ook welbepaalde instellingen zullen door de burger kunnen gemachtigd worden om de persoonsgegevens waarover zij beschikken te actualiseren. Elke burger zal een private of openbare instelling van Belgisch recht toestemming kunnen geven om mutaties in het dossier van die burger met betrekking tot de namen en voornamen, hoofdverblijfplaats en het overlijden te ontvangen. Dit is een belangrijke nieuwigheid.

Overheden en de instellingen die gemachtigd werden de gegevens van het Rijksregister te raadplegen, worden opgelegd om de gegevens het Rijksregister altijd eerst te raadplegen en deze gegevens niet meer op te vragen bij de gemeenten. Dit is een toepassing van het only once-principe, waarvan moet vastgesteld worden dat veel instellingen vergeten hun toegangsmachtiging te gebruiken en aan de gemeentebesturen blijven vragen om hen de gegevens of lijsten van gegevens mee te delen van burgers die op hun grondgebied verblijven.

De bepalingen over het gebruik van het Rijksregisternummer werden geheel herschreven. De kennisname op zich van het Rijksregisternummer bij het lezen van de elektronische identiteitskaart of bij de ontvangst van het handtekening- of authenticatiecertificaat wordt niet beschouwd als een gebruik waarvoor een machtiging noodzakelijk is. Het Rijksregisternummer mag ook steeds gebruikt worden in het kader van de elektronische uitwisseling van persoonsgegevens met als enig doel de vaststaande identificatie en authenticatie van de betrokken persoon.

Verblijfplaats
Er wordt een wettelijke basis gecreëerd voor de fictieve inschrijving op het adres van de Dienst Vreemdelingenzaken voor asielzoekers.

Gemeenten worden verplicht een verordeningen aan te nemen betreffende de domiciliecontrole (met inbegrip van het onderzoeksverslagmodel) en de nummeringsprocedure voor de woningen op hun grondgebied. Deze moeten ter goedkeuring worden voorgelegd aan de minister van Binnenlandse Zaken. Als de gemeenten in gebreke blijven om dergelijke verordeningen op te stellen, zal een door de Koning opgemaakt model van verordening van ambtswegen in deze gemeenten worden toegepast. Bestaande verordeningen moeten ook ter goedkeuring worden voorgelegd aan de minister.

Identiteitskaarten
Ter versterking van de strijd tegen identiteitsfraude worden de vingerafdrukken van de wijsvinger van de linker- en rechterhand geïntegreerd in de chip van de identiteitskaarten. Op die manier kan worden geverifieerd of de houder van een eID wel degelijk de persoon is die de eID aanvroeg en afgeleverd kreeg.

De houder van een identiteitskaart zal via Mijn Dossier toegang krijgen tot de raadplegingen en bijwerkingen in de loop van de voorbije 6 maanden in de centrale bestanden van de identiteitskaarten en vreemdelingenkaarten.

Voor het uitlezen van de eID wordt een algemeen kader ingesteld dat nageleefd moet worden bij elke verwerking van de uitgelezen gegevens waarbij het finaliteits- en proportionaliteitsbeginsel centraal staan. De houder van de kaart moet steeds vooraf ingelicht worden.

Er wordt wettelijk verankerd dat de aangifte van diefstal, verlies of vernieling van een vreemdelingenkaart enkel bij de politiediensten kan en niet bij de gemeente of de helpdesk.

Er wordt wettelijke basis te voorzien voor de toepassing “Checkdoc”, die aan gelijk wie, overal in de wereld, de mogelijkheid biedt om na te kijken of een Belgisch identiteits- of reisdocument geldig is of gesignaleerd als gestolen, verloren of verlopen.