Nieuwe onderrichtingen Rijksregister

Bijhouden informatiegegevens

Op 24 februari 2020 verschenen nieuwe onderrichtingen voor het bijhouden van de informatiegegevens in het Rijksregister.

Met toepassing van het KB van 3 juli 2019 moet de voogd van een niet-begeleide minderjarige vreemdeling (NBMV) geregistreerd worden in de bevolkingsregisters. Daartoe werd een nieuw informatietype IT 128 gecreëerd, dat ondertussen operationeel is. De bijwerkingen gebeuren door de dienst Voogdij van de FOD Justitie.

Een verdere reeks van aanpassingen is reeds operationeel. Het gaat om aanpassingen aan het IT 002 (toevoeging van de rechtvaardiging “stopzetting procedure schijnrelatie” voor een geannuleerd dossier waarvoor een nieuw dossier met ander Rijksregisternummer werd aangemaakt), IT 010 (mogelijkheid van meerdere identieke voornamen), IT 013 (wijziging voornaam van een transgender en wijziging voornaam bij de ABS werden toegevoegd als rechtvaardigingscodes), IT 020 (mogelijk maken een inschrijving op hetzelfde adres), IT 028 (de voorlopige inschrijving wordt voortaan automatisch gesupprimeerd bij een verhuis), IT 120 (geen datumcontrole meer voor gelijkgeslachtelijke huwelijken), IT 123 (geen validatie meer op inschrijving op eenzelfde adres bij het afsluiten van een wettelijke samenwoning), IT 206 (toevoeging van een code voor personen die afstand doen van hun status van vluchteling of subsidiaire bescherming) en IT 210/7 (onmogelijk maken van een inschrijving in het VR-familielid van EU-burger).

Een aantal wijzigingen staan nog op stapel: IT 031 (nieuwe codes nationaliteit ingevolge de wet van 18 juni 2018 en aanpassingen aan de codes ingevolge eerdere wetswijzigingen), IT 100 (toevoeging DABS-nummer geboorteakte), IT 101 (toevoeging code van rechtvaardiging geboortedatum na vonnis of arrest), IT 110 (toevoegen van nieuwe codes voor afstamming van moederszijde of vaderszijde na nietigverklaring van de afstamming van meemoederzijde, toevoeging van een nieuwe code herziening van adoptie), IT 140-141 (toevoegen van een code meemoeder) en IT 026 (toevoegen van een einddatum voor tijdelijke afwezigheid).

Wettelijke samenwoning

In het oog springt de afschaffing van de validatie op inschrijving op eenzelfde adres bij het afsluiten van een wettelijke samenwoning. Deze controle wordt opgeheven omdat de wetgeving geen voorwaarde stelt tot samenleven op hetzelfde adres op het tijdstip van de verklaring. De partijen die een wettelijke samenwoning afsluiten hoeven niet op hetzelfde adres gevestigd te zijn en moeten niet beschikken over een gemeenschappelijke inschrijving in de bevolkingsregisters.

De ambtenaar van de burgerlijke stand dient bij het afsluiten van een wettelijke samenwoning na te gaan of beide partijen voldoen aan de wettelijke voorwaarden (art. 1476 § 1 3e lid BW). Deze staan opgesomd in art. 1475 § 2 BW: niet verbonden zijn door een huwelijk of door een andere wettelijke samenwoning enerzijds en bekwaam zijn om contracten aan te gaan overeenkomstig art. 1123 en 1124 BW anderzijds.

Uit de voorbereide werken van de Wet van 23 november 1998 blijkt dat de “toestand van samenleven” (art. 1475 § 1 BW) noch het aanwijzen van een “gemeenschappelijke woonplaats” in de verklaring van wettelijke samenwoning (art. 1476 § 1, 1e lid, 3° BW) die in de vorm van een geschrift aan de ABS van die gemeenschappelijke woonplaats moet overhandigd worden (art. 1476 § 1, 1e lid BW), een extra voorwaarde tot verplicht samenleven voor het afsluiten van de wettelijke samenleving inhoudt (Verslag namens de commissie voor de Justitie, Parl.St., Senaat 1997-98, nr. 1-916/5, 10-11). De verplichte vermelding van de gemeenschappelijke woonplaats (in de zin van art. 102 BW) moet worden beschouwd als een loutere intentieverklaring die geen samenwoningsplicht doet ontstaan (Lynn De Schryver, Wettelijke Samenwoning, Gent: Larcier, 2017, nr. 61).

De mogelijkheid tot weigering of uitstellen van het melden van een verklaring van wettelijke samenwoning wegens schijn of dwang blijft uiteraard onverkort bestaan (art. 1476bis en 1476ter BW). Het niet samenleven van de partners kan hier wel een element zijn – in een reeks van overeenstemmende vermoedens – van een schijn- of gedwongen wettelijke samenwoning. Het niet samenleven kan echter geen voorafgaandelijke voorwaarde zijn om het afsluiten van de wettelijke samenwoning (het overhandigen van het geschrift tegen ontvangstbewijs) tegen te houden.

Meer info

U vindt de twee volledige nota’s hier: aanpassingen onderrichtingen informatiegegevens Rijksregister en nieuw informatietype IT 128. De volledige en actuele lijst van onderrichtingen per informatietype kunnen steeds op de website van het Rijksregister geraadpleegd worden.