Nieuwe uitvoeringsbesluiten WBN

Op 10 juni 2020 verschenen in het Staatsblad twee belangrijke uitvoeringsbesluiten in verband met de nationaliteitsprocedures.

Er is enerzijds het KB van 6 mei 2020 tot vaststelling van de akten en stavingsstukken die moeten worden gevoegd bij de verklaring tot toekenning van de Belgische nationaliteit op grond van artikel 11bis van het Wetboek van de Belgische nationaliteit, alsook van de inhoud van het formulier betreffende de verklaring. Herinnering: de [wet van 18 juni 2018, art. 140](http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2020/05/06/2020030959/staatsblad herstelde art. 11bis in het Wetboek van de Belgische nationaliteit. Dit KB legt de akten en de stavingsstukken vast en bevat het formulier van kennisgeving van ontbrekende stukken dat moet worden gebruikt indien de verklaring onvolledig wordt bevonden.

Anderzijds is er het KB van 6 mei 2020 tot wijziging van het KB van 14 januari 2013 tot uitvoering van de wet van 4 december 2012 tot wijziging van het Wetboek van de Belgische nationaliteit teneinde het verkrijgen van de Belgische nationaliteit migratieneutraal te maken. Het doel van de wijziging is het KB aan te passen aan de wijzigingen ingevoerd bij wet van 18 juni 2018, art. 137-156, waarvan u een samenvatting vindt in het nationaliteitsdossier op onze website. Het KB van 14 januari 2013 wordt op de volgende punten aangepast:
- een overzicht van de akten en stavingsstukken die moeten gevoegd worden bij de verklaringen op grond van art. 17 (terugkrijgen van de nationaliteit als deze na ten onrechte zijn verleend is ingetrokken) en art. 24 (herkrijging) WBN wordt toegevoegd
- de formulieren van kennisgeving van ontbrekende stukken die moeten worden gebruikt indien de verklaringen onvolledig werd bevonden, worden toegevoegd voor art. 17 en art. 24; het formulier ontbrekende stukken voor art. 12bis wordt herwerkt en aangepast
- de opsomming van de verblijfsdocumenten die als bewijs van wettelijk verblijf (in de zin van art. 7bis WBN, aangepast door de Wet van 18 juni 2018) worden vereist in het kader van de procedures tot verkrijging en herkrijging van de Belgische nationaliteit, worden opgesplitst per type vreemdeling: EU-burgers, familieleden van EU-burgers, erkende vluchtelingen en buitenlandse onderdanen van een derde land. Voor EU-burgers en hun familieleden en voor erkende vluchtelingen geldt het wettelijk verblijf sinds de wet van 18 juni 2018 immers vanaf de indiening van hun aanvraag tot verblijf, respectievelijk internationale bescherming
- het vervangen van de terminologie “inburgeringscursus” door “inburgeringstraject, het onthaaltraject of integratieparcours” overeenkomstig de terminologie gebruikt door de deelstaten en het inschrijven van de overgangsregeling voor de “inburgeringscursus” zoals voorzien in de wet van 18 juni 2018
- het vervangen van de “registratie- en hypotheekkantoren” door het Kantoor Rechtszekerheid
- het aanpassen van de terminologie voor de bewindvoerder
- het openstellen van de naturalisatieprocedure voor ontvoogde minderjarigen zoals voorzien in de wet van 18 juni 2018
- het aanpassen van het artikel over administratieve vereenvoudiging aan de plaatsonafhankelijkheid ingevoerd door de DABS
- het terugbezorgen van de stavingsstukken die door de persoon zelf zijn overhandigd wanneer de procedure definitief is afgesloten
- het aanduiden van de ambtenaar van de burgerlijke stand als verwerkingsverantwoordelijke van het dossier in de zin van de GDPR
- het vernietigen van de afschriften van de dossiers bezorgd aan de procureur des Konings, de DVZ en de Veiligheid van de Staat.